Op deze pagina vindt u specifieke informatie over de onderbouw.


De ontwikkeling van een menstekening
Kinderen leren naarmate ze ouder worden steeds beter tekenen. Maar hoe verloopt zo’n ontwikkeling? En gaat dit bij elk kind op dezelfde manier? In dit stukje leest u er meer over.

Elk kind tekent. Maar niet elk kind tekent hetzelfde. Niet elk kind is dus even ver in zijn ‘tekenontwikkeling’. De een krast wat lijnen en krabbels en een ander tekent al een herkenbaar mensje. Het is interessant om te zien hoe zo’n ontwikkeling bij elk kind verloopt. Daarom laten wij de kinderen gedurende de kleuterperiode een aantal keren zichzelf tekenen.
Het begin van een eerste echte menstekening is de ‘kopvoeter’. Dit houdt in dat het hoofd duidelijk aanwezig is, vaak al met ogen , neus en mond.  Maar … het lijf ontbreekt. De lange benen armen (meestal tot aan de onderkant van het tekenblad)  zijn aan het hoofd bevestigd. Ook de armen zijn aan het hoofd bevestigd.

In de loop van het 1e schooljaar verandert de tekening. Allereerst komt er bij de menstekening een zon of wat bloemen. Het tekenblad wordt wat meer opgevuld.

Vanaf ongeveer 5 jaar gaat het kind de romp erbij tekenen. De armen en benen komen in totaal verschillende richtingen te staan. Er komen zelfs details bij om te versieren en te onderscheiden. Er komen bijv. knopen op de jas of een hoed op het hoofd.

Als het kind een mens probeert te tekenen van de zijkant komen er vaak toch nog 2 ogen tevoorschijn.  Het kind tekent zichzelf maar nog niet vanuit een consequent perspectief.  Soms zijn ze al zo ver dat je al 1 oog ziet.