Ha allemaal, op deze website vind je opdrachten die je kunt doen als je thuis bent. 
Elke week worden er 2 opdrachten toegevoegd!

Heb je de opdracht gedaan en je hebt er een foto van die gedeeld mag worden met andere kinderen, dan mag die gestuurd worden naar m.duijzer@konwilhelminaschool.nl of via Parro naar juf Duijzer. We zullen een aantal van die foto's toevoegen bij de opdracht. Zo kunnen jullie ook het werk van andere kinderen bekijken. En wie weet, kan je dat ook wel nadoen! Want wij leren graag van en met elkaar!
Stuur ook gerust even een mailtje naar bovenstaand mailadres om te zeggen dat je een opdracht gedaan hebt, en hoe het was. 

OPDRACHT 9 Aanvulkleurplaten
Benodigdheden:
- Bestand met kleurplaten 
- Grijs tekenpotlood of zwart potlood/stift
- Evt. gum
- Kleurmateriaal

Kies een kleurplaat uit die je leuk vindt en waar je graag meer bij wil tekenen. 
Want dat is de bedoeling! Eerst teken je met grijs potlood wat je er bij wilt tekenen. Daarna ga je de kleurplaat inkleuren. 
Je mag zelf kiezen waarmee je dat wil doen.
Ben je klaar? Vraag gerust eens aan iemand of die nog een leuk idee heeft wat je er nog meer bij kan tekenen. Dan wordt de tekening nog mooier!
Ik ben benieuwd welke je hebt gemaakt. Laat je het eindresultaat zien?
Als je dit een leuk werkje vond, dan kun je nog een andere kleurplaat uitkiezen en deze maken! Of je bewaart er een paar voor de meivakantie! Succes!

OPDRACHT 8 Tekenen met 2 handen
Benodigdheden:
- Opdrachtblad
- tekenmateriaal (stiften, kleurpotloden, vetkrijt)
- wit tekenpapier

Wat leer je?
Je leert/oefent om met 2 handen tegelijk te tekenen. Dat is goed voor je motoriek en je hersenen!
Succes!

Print het opdrachtenblad en maak dit. Lukt dit? Als dat nog niet goed lukt, doe het dan nog eens, zodat je het steeds meer oefent. 
Daarna pak je een tekenpapier en teken je met 2 handen tegelijk van boven naar beneden een ovaal (ei-vorm). Daarna teken je weer met in 2 handen een potlood oid de oren, ogen (iris, pupil, wenkbrauwen en wimpers?). Daarna probeer je de lippen en neus te tekenen  en als laatste het haar. 

Is het een beetje gelukt? Lijkt het op een gezicht?
Ik ben benieuwd hoe het eruit ziet hoor!

OPDRACHT 7 Letterboekje
Benodigdheden:
- 2 of meer A4 papieren
- Oude tijdschriften/folders
- Stiften
- Nietmachine of touwtje
- Evt. knutselspullen om de voorkant te versieren

Knip de A4 papieren doormidden, zodat je A5 formaat krijgt. LEg de A5 papieren op elkaar en vouw ze dubbel, zodat je een boekje krijgt. Maak het papier vast aan elkaar door nietjes in het midden of door een touwtje om de papieren heen te doen.

Is het boekje klaar? Dan maken we er een letterboekje van. 
Schrijf met stiften op de voorkant de letter voor het boekje. Groep 1 heeft deze week geoefend met de letter k, dus het zou de letter k kunnen zijn. Uw kind kan zelf ook een letter kiezen. Let op: de n of de m is een lastige letter, het kind moet dan wel het verschil kunnen horen tussen die letters. 

- Versier de letter op de voorkant.
- Knip plaatjes uit met woordjes die met de letter beginnen en plak deze in het boekje. Schrijf als je dat kan de letter of het woord erbij.

Extra uitdaging:
- Als deze opdracht best makkelijk is voor uw kind of klaar is, dan kunt u het moeilijker maken door op 1 bladzijde een 1 te zetten, de andere een 2 en de een andere de 3. Heb je een woord uitgeknipt? Klap het woord dan in stukjes. Bij welke bladzijde moet je het woord plakken? 
kikker plak je dus bij 2, want het heeft 2 klapjes.
- Achterop het boekje tekent het kind een tekening met allemaal woordjes die beginnen met de letter. 

OPDRACHT 6 Proefje met snoepjes (met begeleiding voor het schrijven)
Benodigdheden:
bakje met deksel
- snoepjes met gelatine/geleermiddel (bijv. haribo beertjes, colaflesjes, kersjes, tumtum)

Eerst denken! Wat zou er gebeuren als je het snoepje een nacht in het bakje met water doet?
Schrijf alles wat je denkt op. Na het proefje kijk je wat klopt en wat niet klopt.

- Bij tumtum: Wat denk je dat er gebeurt met het suiker aan de buitenkant bij de tumtum?
- Wat zou er met de kleur van het snoepje gebeuren? 
- Wat zou er met de grootte van het snoepje gebeuren?
- Hoe zou de smaak zijn van het snoepje?
- Hoe zou het snoepje voelen?

Doe nu de opdracht:
- doe water in het bakje
- doe daar het snoepje of de verschillende snoepjes in, bewaar ook van elk snoepje een gewoon snoepje, die je niet in het water stopt. Dan kun je goed kijken naar de verschillen.
- laat het bakje een nacht staan, kijk de volgende dag naar het bakje. 
- pak je papier met de antwoorden en kijk nog eens naar de vragen. Wat is er echt gebeurt, en wat dacht je? Hoe komt dat denk je?

Leg uit wat geleermiddel doet, zodat het kind begrijpt waarom dit gebeurde:
Snoep dat in je mond glibberig aanvoelt, bevat veel gelatine. Dat is een stof die, zeg maar, de boel bij elkaar houdt.  Er is nog iets wat gelatine goed kan: water in zich opzuigen en vasthouden. Het zit ook in pudding en drop. Gelatine wordt gemaakt van varkenshuid. Echte vegetariërs laten deze snoepjes dus staan …
Gelatine zelf smaakt nergens naar. Dat merk je als je het waterige snoepje proeft. De suiker en kleurstof moet zich nu over een heel groot snoepje verdelen, waardoor het veel minder zoet smaakt. Net als een glas ranja waar je te veel water bij hebt gedaan.

OPDRACHT 5 Brug bouwen
Benodigdheden:
Duplo (of ander bouwmateriaal zoals bijv. Lego, bouwblokjes)
- 2 even hoge dozen of een overbrugging tussen 2 stoelen bijv. 
- 2 poppetjes

Zet op elke doos/stoel een poppetje. Zet de stoelen en dozen een stukje uit elkaar (begin met weinig afstand).  De poppetjes kunnen nu niet naar elkaar toe. Let op: de poppetjes moeten naar elkaar toe, dus je moet een stevige brug maken!

Wat ga je leren/gebruiken: met Duplo maak je iets stevig door niet te stapelen, maar door elke keer een blokje over een naad te doen, net als bij de blokken in de bouwhoek. Hieronder zie je een goed en een fout voorbeeld.
Op de eerste foto wordt stevig gebouwd, bij de tweede foto is dat niet stevig. 

Opdracht: Bouw een brug zodat de poppetjes naar elkaar toe kunnen gaan.

Klaar? Zet de stoelen verder uit elkaar. Hoe LANG kan jouw brug worden? 
Opdracht: Maak de langste brug

Extra opdracht: Maak nog een brug, maar dan met ander materiaal. Je kunt ook een brug van papier of wc-rolletjes maken. Kunnen de poppetjes door de wc-rollen van de ene kant naar de andere>?

Stuur je de foto van jouw brug(gen) naar juf Duijzer? Ik ben benieuwd.
Hier zijn foto's van de bruggen.  Micha maakte deze. 


OPDRACHT 4 Gezicht kleien
groep 1 werkte over ogen, en groep (1/)2 over haren dus dit is een opdracht wat bij het thema past.

Benodigdheden:
Werkblad kleihoofd
- Diverse kleuren klei (wit, zwart, blauw, groen, bruin, rood, ...)
- Onderlegger

Wat gaan we leren van de kleitechnieken?
- balletje draaien = heen en weer draaien met je handen
- slangen kleien = een stukje klei heen en weer rollen 
- platte rondjes maken = balletjes plat maken
- knijpen = een vorm veranderen door te knijpen tussen je vingers
Oefen deze technieken maar eens met een stukje klei.

Print het werkblad uit (heeft u thuis een lamineerapparaat, dan kunt u deze lamineren en bij de kleispullen bewaren voor hergebruik. Plastificeren zou ook kunnen) Dit hoeft niet. 

Ogen:
- Maak 2 even grote witte kleibolletjes voor de ogen. Druk de bolletjes plat en knijp met de vingers tot de vorm van het oogwit.
- Kies de kleur klei voor de iris (groen, grijs, blauw). Maak 2 even kleine rondjes en druk ze plat. Leg ze midden op het oogwit.
- Kies zwarte klei (of een donkere kleur) en klei 2 hele kleine rondjes voor de pupillen. Leg deze op de iris. 

Haren:
- Kies de kleur uit voor de haren en maak slangen van haren. Dit doe je door te rollen. Maak eerst een plat stuk voor je hoofd. Daarna maak je slangen voor een vlecht, een staart, knot of stekels. Als je een vlecht wil maken, heb je 3 dikkere slangen nodig en voorzichtig maak je een vlecht. Denk ook aan een haarelastiekje in een andere kleur. 
- Als je jongensharen gaat maken mag je allemaal stekeltjes maken, kleine slangetjes dus. Je moet dus veel slangen rollen. De stekels kun je aan het uiteinde puntjes geven. 
- Meisjesharen kun je ook versieren met een strik, elastiek, speldje of een haarband

Oren, neus, mond:
- Maak de vorm van de oren met huidskleur en leg deze op de oren. Het makkelijkst is om met een bal te beginnen en deze plat en te vormen.

Is je gezicht nu klaar? Nee: er zijn nog wenkbrauwen en wimpers. Of tanden in de mond. Lukt je dat te maken? Best moeilijk hoor, maar wie weet, lukt het je.

Mail je een foto van je kleigezicht naar juf Duijzer? m.duijzer@konwilhelminaschool.nl 
Je foto komt dan bij deze opdracht te staan!



Hier vind je foto's van de kleikaarten van kinderen! Esther van den Heuvel en Annefleur van der Hoek maakten die kleikaarten. 

OPDRACHT 3   Drijven en zinken - klik hier voor de opdrachtkaart om uit te printen

Benodigdheden:
Werkbladen drijven en zinken
- 1 doorzichtige opbergbox/glazen bak of evt. een grote glazen vaas bij gebrek aan grotere doorzichtige bak
- Allerlei voorwerpen (voorbeeld: magneetje, knijper, dop van stift, rietje, ijslolliestokje, papier, lapje stof, knikker, elastiekje, dop van een melkpak, spijker, paperclip, nietje, boomblaadje, plastic beker enz.
 
Print de 2 werkbladen uit
Zoek kleine voorwerpen uit die je uit gaat testen in de bak met water
Gebruik je denkhoofd: wat zou er blijven drijven en wat zou er zinken?
Als je denkt dat iets blijft drijven, leg het dan op het plaatje bij de denkwolk en de boot die blijft drijven.
Als je denkt dat iets gaat zinken, leg het dan op het plaatje bij de denkwolk en de hamer die gezonken is.
 
Wat is drijven? Dat iets op het water blijft en niet naar beneden 'zakt' naar de bodem.
Wat is zinken? Dat je iets in het water doet en dat naar beneden zakt.
 
Heb je al je voorwerpen neergelegd bij de denkwolk?
Vul dan de doorzichtige bak met water en ga maar eens aan de slag.
Pak een voorwerp, stop hem in de bak met water en kijk wat er gebeurt. Haal het uit het water en leg het voorwerp op de plek bij de duim. Drijft hij, dan leg je hem bij dat plaatje.
 
Al je voorwerpen in de bak met water gedaan? En wil je nog meer spelen met water?
Dan heb ik hier nog wat opdrachten:
  • Probeer de melkdop te laten zinken. Hoe kan je dat doen?
  • Probeer de spijker te laten drijven. Kan dat eigenlijk wel?
  • Zou er iets zijn wat niet zinkt maar ook niet drijft? 
  • Heb je een melkdop, een magneet en een spijker? Doe dan nog een proefje: Je kan hiermee laten zien waar het noorden is. Wrijf het uiteinde van de spijker een poosje over de magneet. Doe de spijker daarna in de melkdop en laat hem op het water drijven. Wacht even en de punt van de spijker wijst het noorden aan! Bijzonder toch!

OPDRACHT 2   Maak je eigen beweegspelletje!

Benodigdheden: lege kartonnen doos of deksel, paar lege wc-rollen of keukenrollen, schaar, zwarte stift, (stuiter(bal) die goed door een wc-rol past, sterke lijm

Knip de wc-rollen in wc-rol-ringen. Zorg dat je 10 kleinere stukjes hebt. Schrijf op elke wc-rol-ring met zwarte stift 1 cijfer, of plak er een papier op met de cijfers. Zorg dat je de cijfers 1-10 op hebt geschreven. 
Daarna pak je de lege doos en plak je de wc-rol-ringen in de doos, door elkaar. (je kan evt. de ringen ook nog sterker maken door er tape overheen te plakken. Laat de lijm goed drogen. 

Klaar? Dan heb je je eigen spelletje gemaakt! 
* Leg de bal in de bak en probeer met de bal door een ring te gaan. Je moet hierbij de doos in je handen houden en voorzichtig je handen bewegen zodat de bal gaat rollen. 
Lukt het? 
* Ga nu de cijfers op volgorde doen! van 1-2-3 enz.
* Sla elke keer een getal over 2-4-6... en 1-3-5...
* Doe het nu van 10 naar 0. 

Wat heb je hiervan geleerd? 
- Je leert om je handen heel voorzichtig te bewegen om de bal er in te laten rollen. 
- Je leert hier ook geduld van! Of je hebt het al snel opgegeven, maar dan moet je hem toch maar weer pakken, want dan leer je geduldiger te worden!


Myrthe Meulmeester heeft het werkje al gemaakt. Kijk hier maar!

OPDRACHT 1     Op zoek naar kleuren!

Benodigdheden: lege eierdoos, stiften of verf

Pak een lege eierdoos, verf of kleur een aantal kleuren in de vakjes. 
Neem de eierdoos mee naar buiten (of  binnenshuis) en zoek naar materiaal van dezelfde kleur die in het vakje van de eierdoos past.

* Heb je alle kleuren gevonden? 
* Van welke kleur heb je de meeste dingen gevonden?
* Welk ding vind je het mooist?

* Waar heb je dat gevonden?
 


Rhodé van der Hoek uit groep 1/2 heeft de opdracht gelijk dezelfde middag al gedaan, kijk hier maar!