Leerlingenzorg

In de eerste levensjaren zijn de ouders meestal de enige opvoeders van het kind. In de beschermde omgeving van het ouderlijk huis vindt de opvoeding plaats. Andere opvoeders staan klaar om een bijdrage te leveren aan de opvoeding en ontwikkeling van het kind. Een deel van de kinderen komt hiermee binnen de basisschool voor het eerst in aanraking. Een ander deel van de kinderen heeft hiermee op de peuterspeelzaal al kennis gemaakt. De keuze van een school is zeer belangrijk. In overleg met de ouders wordt de ontwikkeling van het kind zo goed mogelijk gevolgd en begeleid. Hiermee geven we vorm aan de kwaliteit en de identiteit van ons onderwijs.

De zorg aan het jonge kind
Vanaf de eerste schooldag worden de kleuters op meerdere ontwikkelingsgebieden gevolgd. Twee keer per jaar worden de leerlingen door hun leerkracht(en) meer dan gemiddeld gericht geobserveerd. De resultaten worden in een ontwikkelingsprofiel vastgelegd. Dit gebeurt in het leerlingvolgsysteem KIJK. Ook worden op de gebieden van taal-denken en rekenen-denken toetsen uit het CITO-leerlingvolgsysteem afgenomen. Gedurende de kleuterperiode ontstaat zo een beeld van de ontwikkeling van de kleuter. Deze observaties hebben voornamelijk een signalerend karakter. Binnen het ontwikkelingsgericht onderwijs worden uitdagende activiteiten in thema’s aangeboden om het kind in de zone van de naaste ontwikkeling te brengen.
Onze jongste leerlingen starten hun schoolloopbaan na hun vierde verjaardag. Er zijn leerlingen die aan het begin van het schooljaar in groep 1 starten, andere kinderen starten op een later tijdstip in het jaar. Niet alle leerlingen volgen daardoor een even lange periode de lessen in groep 1. Hierin kunnen verschillen zijn van meerdere maanden. Toch is het niet zo dat leerlingen die niet een heel schooljaar het onderwijs in groep 1 hebben gevolgd, per definitie nog een jaar in deze groep zullen blijven. Een dergelijk besluit wordt per leerling afgewogen, waarbij de ontwikkeling van het kind beslissend is.

Leerlingenzorg
De ontwikkeling van de leerlingen wordt zo goed mogelijk gevolgd. We gebruiken daarbij toetsen van het CITO-leerlingvolgsysteem voor de gebieden taal voor kleuters, rekenen voor kleuters, technisch en begrijpend lezen, woordenschat, rekenen & wiskunde en spelling. Tevens wordt voor het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling het instrument ZIEN gebruikt. Dit instrument wordt door leerkrachten en leerlingen ingevuld.

De volgende opzet wordt door ons gebruikt:

  • Het gebruik van de toetsen heeft een signalerende functie.
  • De gegevens, de signalen, worden door de groepsleerkracht opgevangen en besproken met de leerkracht die de zorg voor leerlingen coördineert, de Intern Begeleider.
  • De besprekingen kunnen leiden tot het nemen van beslissingen, die veranderingen in de onderwijspraktijk tot gevolg hebben:
    • aanpassingen op groepsniveau;
    • aanpassingen op individueel niveau voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften;
    • speciale hulp binnen de eigen groep die door de groepsleerkracht of door de onderwijsassistente wordt geboden; speciale hulp buiten de eigen groep, individueel of in kleine groepjes, door een onderwijsassistent;
    • besluit tot doubleren; hierover is tijdig overleg met de ouders. We streven bij de besluitvorming naar overeenstemming met de ouders waarbij de school het laatste woord heeft.
    • verzoek tot bespreking van de leerling met een orthopedagoge van de schoolbegeleidingsdienst tijdens een leerlingenconsultatie;
    • verder onderzoek door een externe instantie zoals de schoolbegeleidingsdienst;
    • om de zorgbehoefte van leerlingen ‘scherper’ in beeld te krijgen, wordt in sommige gevallen gebruik gemaakt van video-opnamen. Met deze ‘beelden’ kan ook de leerlingenconsultatie met de orthopedagoge meer diepgang krijgen. We verzoeken u om eventuele bezwaren tegen het maken van videobeelden van uw kind bij de directie kenbaar te maken.
 Verschillen tussen leerlingen / ster-niveaus
Bij ons onderwijs houden we rekening met de verschillen tussen leerlingen.  Tijdens de reken- en taallessen worden de leerlingen van de groepen 3 t/m 8 o.a. op basis van de Cito-leerlingvolgsysteemtoetsen in niveaus ingedeeld.

*-niveau: de leerlingen die de leerstof met uitgebreide instructie volgen
**-niveau: de leerlingen die de leerstof met meer instructie volgen 
***-niveau: de leerlingen die de leerstof met minimale instructie volgen


Tijdens de reken- en taallessen starten de leerlingen gezamenlijk met een basisverkenning en –instructie. Aan de leerlingen wordt uitgelegd wat zij die les zullen gaan leren en met elkaar worden nieuwe strategieën en basisvaardigheden geoefend.  Aansluitend wordt zelfstandig gewerkt aan de leerstof, waarbij de opdrachten op de genoemde ster-niveaus worden aangegeven.
Bij de reken- en taallessen streven we ernaar de leerlingen van de groepen 3 t/m 5 alle geplande leerstof van minimaal het **-niveau  aan te bieden.  Het niveauverschil is in die jaren met name merkbaar in de instructie.  

De leerlingen die op het *-ster niveau zijn ingedeeld, volgen veelal een uitgebreider instructie waarbij wèl het onderwerp van de les gelijk is, maar de moeilijkheidsgraad van de verwerkingsstof eenvoudiger.  Voor de leerlingen in de groepen 6 t/m 8 wordt de leerstof, indien nodig, vertraagd aangeboden.

Passend onderwijs
Vanaf 1 augustus 2014 hebben alle basisscholen de wettelijke taak om passend onderwijs te geven. Omdat scholen dit niet alleen kunnen, zijn alle scholen aangesloten bij een samenwerkingsverband. Onze school is aangesloten bij het samenwerkingsverband Berséba voor reformatorische basisscholen en speciale scholen. Niet alleen alle reformatorische basisscholen in Nederland zijn hierbij aangesloten, maar ook de reformatorische scholen voor speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs. Dit landelijk samenwerkingsverband is opgesplitst in vier regio’s. Onze school ligt in de regio Randstad.

Zorgplicht
Een kernbegrip bij passend onderwijs is ‘zorgplicht’. Zorgplicht betekent dat de school samen met de ouders onderzoekt of de basisschool aan een leerling de passende ondersteuning kan bieden. Als blijkt dat dit niet mogelijk is, heeft de school de opdracht om met de ouders een passende plaats in het speciaal onderwijs te zoeken.

Ondersteuningsprofiel
Onze school heeft een centrale rol in het tegemoetkomen aan de ontwikkelbehoeften van kinderen. De school heeft een ondersteuningsprofiel geschreven. U kunt dit profiel op de website van de school vinden of op school inzien. In dit profiel is te lezen op welke wijze we de begeleiding van leerlingen vormgeven en welke mogelijkheden voor extra ondersteuning onze school heeft. Bij het realiseren van de gewenste ondersteuning werkt de school vanuit de uitgangspunten van handelingsgericht werken (HGW). Dit betekent kort gezegd: Als een kind extra ondersteuning nodig heeft, wordt niet in de eerste plaats gekeken naar wat het kind heeft, maar naar wat het kind nodig heeft. Bij HGW is de samenwerking en afstemming met ouders en andere deskundigen een belangrijk aandachtspunt.

Ondersteuningsteam
Heel vaak kan de ondersteuning door onze school zelf georganiseerd en gegeven worden. Op onze school is de leerkracht als eerste verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van de leerlingen. Als hij/zij er zelf niet uitkomt, zal advies gevraagd worden aan collega’s of de intern begeleider. Zo nodig voert de leerkracht een uitgebreider gesprek over de leerling met de intern begeleider.
Onze school heeft een ondersteuningsteam. De directie, de intern begeleiders en de orthopedagoog maken deel uit van dit ondersteuningsteam. Als de situatie rondom een leerling daar aanleiding toegeeft, zal de leerling in het ondersteuningsteam besproken worden. Soms is de situatie zo complex, dat het Centrum voor Jeugd en Gezin geraadpleegd wordt. In het ondersteuningsteam wordt in samenspraak met de ouders bepaald welke ondersteuning een leerling nodig heeft en waar deze het beste plaats kan vinden.

Het Loket van regio Randstad
Als het ondersteuningsteam tot de conclusie komt, dat het voor de ontwikkeling van een leerling beter is om naar een speciale school te gaan, vraagt de school in samenspraak met de ouders een toelaatbaarheidsverklaring voor zo’n school aan. Dit doet de school bij het Loket van regio Randstad. Als dit Loket besluit om de toelaatbaarheidsverklaring toe te kennen, dan kan de leerling geplaatst worden in het speciaal (basis)onderwijs.
Bij dit Loket kunnen we ook met andere vragen terecht:
  • het samen met ouders aanvragen van een extra ondersteuningsbudget voor kinderen die zeer moeilijk leren, een lichamelijk handicap hebben of langdurig ziek zijn. Het ondersteuningsteam van de school besluit samen met de ouders om zo’n budget aan te vragen;
  • het inwinnen van advies, wanneer het ondersteuningsteam er zelf niet uitkomt;
  • het beantwoorden van advies- of informatievragen door ouders.

Ouderbetrokkenheid
Onze school hecht eraan bij de ondersteuning van leerlingen goed samen te werken met de ouders. Daarom vinden we het van belang dat ouders direct betrokken worden bij gesprekken als hun kind individueel besproken wordt. In sommige situaties zijn er niet alleen zorgen op school, maar ook thuis. Om tot een goede ondersteuning te komen vinden we het belangrijk om met de ouders daarover open en eerlijk te spreken. We beseffen hoe moeilijk dit soms kan zijn, maar in het belang van het kind is dit wel nodig.
Wanneer ouders vinden dat er voor hun kind meer hulp nodig is, of dat hun kind beter op zijn plaats is in een school voor speciaal (basis)onderwijs, dienen zij zich uiteraard eerst tot ons als school te wenden. School en ouders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om eensgezind het beste voor de kinderen/onze leerlingen te zoeken. Wanneer ouders van mening zijn dat zij bij ons als school onvoldoende gehoor vinden, dan kunnen zij zich ook zelf tot het Loket wenden.

Blind of slechtziend/doof of slechthorend/taal-spraakproblemen
Het Loket Randstad mag niet voor alle vormen van speciaal onderwijs een toelaatbaarheidsverklaring afgeven of extra ondersteuning binnen de basisschool toekennen. Voor slechtziende en blinde kinderen, slechthorende en dove kinderen en voor kinderen met taal-spraakproblemen is het loket daartoe niet bevoegd. Toch wil onze school zich ook inspannen om deze kinderen met extra ondersteuning op de basisschool te houden. De intern begeleider weet op welke manier die extra ondersteuning aangevraagd kan worden.

Contactgegevens Loket Randstad
De zorgmakelaar van het Loket Randstad  is drs. C.J. van der Beek. Hij is bereik­baar via telefoonnummer 0180-442617 of per e-mail via loket-randstad@berseba.nl. U kunt via hem ook een folder aanvragen betreffen­de de werkwij­ze van het Loket.
Op de website www.berseba.nl/randstad kunt u meer informatie vinden over het samenwerkingsverband Berséba en de regio Randstad.